This is an HTML version of an attachment to the Freedom of Information request 'Penalties notification regulation (EU) 2015/2283'.

 
 
Staatsblad
van het Koninkrijk der Nederlanden
Jaargang 2017
434
Besluit van 14 november 2017, houdende regels 
inzake nieuwe voedingsmiddelen en genetisch 
gemodificeerde levensmiddelen 
(Warenwetbesluit nieuwe voedingsmiddelen en 
genetisch gemodificeerde levensmiddelen) 
 
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, 
Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. 
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en 
Sport van 27 september 2017, kenmerk 1234644-167880-VGP; 
Gelet op verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de 
Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot 
wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement 
en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het 
Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de 
Commissie (PbEU 2015, L 327), alsmede op de artikelen 4, eerste lid, 8, 
eerste lid, onder c, 13, en 32b, eerste lid, van de Warenwet; 
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 
18 oktober 2017, no.W13.17.0324/III); 
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg van 
9 november 2017, 1234635-167880-VGP; 
Hebben goedgevonden en verstaan: 
Artikel 1  
In dit besluit wordt verstaan onder: 
a. verordening (EU) 2015/2283: verordening (EU) 2015/2283 van het 
Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende 
nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 
1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van 
Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en 
Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (PbEU 2015, L 327); 
b. verordening (EG) 1829/2003: verordening (EG) nr. 1829/2003 van het 
Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch 
gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU 2003, L 268); 
c. verordening (EG) 1830/2003: verordening (EG) nr. 1830/2003 van het 
Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de 
traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen 
en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen 
geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van 
Richtlijn 2001/18/EG (PbEU 2003, L 268). 
Staatsblad 2017  434
1

Artikel 2  
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 6, tweede lid, en 
artikel 25 van verordening (EU) 2015/2283. 
2. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 4, tweede lid, artikel 
9, eerste en derde lid, artikel 13, en artikel 31, van verordening (EG) 
1829/2003. 
3. Het is verboden eet- of drinkwaren te verhandelen anders dan met 
inachtneming van de bij dit besluit gestelde voorschriften met betrekking 
tot het bezigen van vermeldingen of voorstellingen betreffende de 
samenstelling van de waar en de wijze waarop de waar is bereid of 
behandeld. 
4. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 4, eerste, tweede, 
vierde en zesde lid, en artikel 5, eerste en tweede lid, van verordening 
(EG) 1830/2003. 
Artikel 3  
1. De raadpleging, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening (EU) 
2015/2283, geschiedt bij Onze Minister, volgens de procedurele stappen, 
bedoeld in artikel 4, vierde lid, van verordening (EU) 2015/2283. 
2. Onze Minister neemt een besluit over het al dan niet binnen het 
toepassingsgebied van verordening (EU) 2015/2283 vallen van een 
levensmiddel als bedoeld in het eerste lid. 
3. De bevoegde instantie, bedoeld in hoofdstuk II van verordening (EG) 
1829/2003, is Onze Minister. 
4. Onze Minister kan nadere regels stellen inzake het eerste en tweede 
lid, voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of 
krachtens verordening (EU) 2015/2283 gestelde voorschriften. 
Artikel 4  
1. De vermelding bereid zonder gentechniek wordt uitsluitend gebezigd 
voor eet- of drinkwaren die:
a. niet bestaan uit of zijn afgeleid van genetisch gemodificeerde 
organismen;
b. niet bereid zijn met behulp van stoffen die:
– bestaan uit of zijn afgeleid van genetisch gemodificeerde organismen; 
of
– zijn geproduceerd met gebruikmaking van technische proceshulp-
stoffen die zijn verkregen uit genetisch gemodificeerde organisme; en
c. niet afkomstig zijn van dieren die: gevoederd zijn met genetisch 
gemodificeerd diervoeder of met diervoeder dat genetisch gemodifi-
ceerde additieven bevat; of medicijnen toegediend hebben gekregen die 
zijn geproduceerd met behulp van moderne biotechnologie, tenzij 
vergelijkbare medicijnen met een zelfde werking niet beschikbaar zijn; en 
die geen sporen van genetisch gemodificeerd desoxyribonucleïnezuur 
(DNA) bevatten tenzij dat onbedoeld en onvermijdelijk is. 
2. Degene die een in het eerste lid bedoelde eet- of drinkwaar 
verhandelt, beschikt over documenten waaruit blijkt dat die waar voldoet 
aan het eerste lid, en stelt die documenten desgevraagd ter beschikking 
van de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van de 
bij of krachtens de Warenwet gestelde voorschriften. 
3. Onverminderd het eerste lid worden bij eet- of drinkwaren geen 
vermeldingen gebezigd waaruit blijkt dat de desbetreffende waar bereid is 
zonder gentechniek. 
Staatsblad 2017  434
2

Artikel 5  
De bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten wordt als volgt 
gewijzigd: 
1. In het onderdeel «Inhoud» wordt «Warenwetbesluit Nieuwe 
voedingsmiddelen» vervangen door: Warenwetbesluit nieuwe voedings-
middelen en genetisch gemodificeerde levensmiddelen. 
2. Rubriek D-57 komt te luiden: 
D-57
Warenwetbesluit nieuwe voedingsmiddelen 
en genetisch gemodificeerde levensmiddelen
D-57.1
art. 2 lid 1
€ 525,–
€ 1.050,–
D-57.2
art. 2 lid 2
€ 525,–
€ 1.050,–
D-57.3.1
art. 2 lid 3 jo. art. 4 lid 1
€ 525,–
€ 1.050,–
D-57.3.2
art. 2 lid 3 jo. Art. 4 lid 2
€ 525,–
€ 1.050,–
D-57.3.3
art. 2 lid 3 jo. Art. 4 lid 3
€ 525,–
€ 1.050,–
D-57.4
art. 2 lid 4
€ 525,–
€ 1.050,–
 
Artikel 6  
1. Het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen wordt ingetrokken. 
2. Het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen wordt ingetrokken. 
Artikel 7  
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. 
2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 6, tweede lid, in werking 
op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel D, van de wet van 20 mei 2015 
tot wijziging van de Warenwet in verband met het verhogen van het 
maximum bedrag van de bestuurlijke boete en enkele andere wijzigingen 
waaronder regels inzake het aanprijzen van het aanbrengen van een 
tatoeage of piercing en wijziging van de Warenwet BES in verband met 
het eenduidig regelen van de bevoegdheden van de toezichthouders en 
de eilandbesturen (Stb. 2015, 235) in werking treedt. 
Artikel 8  
Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit nieuwe voedings-
Het advies van de Afdeling advisering van de 
middelen en genetisch gemodificeerde levensmiddelen. 
Raad van State wordt niet openbaar gemaakt 
op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, 
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van 
van de Wet op de Raad van State, omdat het 
zonder meer instemmend luidt. 
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. 
Wassenaar, 14 november 2017 
Willem-Alexander 
De Minister voor Medische Zorg, 
B.J. Bruins 
Uitgegeven de vierentwintigste november 2017 
De Minister van Justitie en Veiligheid, 
F.B.J. Grapperhaus 
 
stb-2017-434
ISSN 0920 - 2064
’s-Gravenhage 2017
Staatsblad 2017  434
3

NOTA VAN TOELICHTING  
Algemeen  
Op 25 november 2015 is gepubliceerd verordening (EU) 2015/2283 van 
het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmid-
delen tot wijziging van verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees 
Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 
van het Europees Parlement en de Raad en verordening (EG) nr. 
1852/2001 van de Commissie (PbEU 2015, L 327, hierna: verordening (EU) 
2015/2283). 
Het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen is deels de uitvoering 
van verordening (EG) 258/971. Deze verordening stelt regels inzake het in 
de handel brengen van nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedse-
lingrediënten in de Europese Unie. De verordening uit 1997 wordt door 
verordening (EU) 2015/2283 ingetrokken. Hierdoor zou het Warenwetbe-
sluit Nieuwe voedingsmiddelen op meerdere punten gewijzigd moeten 
worden. Gekozen is voor het intrekken van het Warenwetbesluit Nieuwe 
voedingsmiddelen en het vaststellen van dit Warenwetbesluit nieuwe 
voedingsmiddelen en genetisch gemodificeerde levensmiddelen (hierna: 
Warenwetbesluit). 
Ten opzichte van verordening (EG) 258/97 zijn de belangrijkste 
wijzigingen:
– veiligheidsbeoordeling van nieuwe voedingsmiddelen wordt op 
Europees niveau uitgevoerd (door de EFSA, in plaats van door de 
nationale lidstaten);
– verduidelijking van de definitie van nieuw voedingsmiddel;
– voorgeschreven procedure voor het vaststellen van de status van een 
nieuw voedingsmiddel;
– invoering van een snellere en vereenvoudigde toelatingsprocedure 
voor traditionele levensmiddelen uit derde landen. 
Dit Warenwetbesluit wijzigt ook het Warenwetbesluit bestuurlijke 
boeten (artikel 5). Deze wijziging is niet op grond van artikel 32b, tweede 
lid, van de Warenwet voorgehangen bij de beide kamers der Staten-
Generaal, omdat deze wijziging voortvloeit uit een bindend besluit van de 
Europese Unie. 
Gevolgen voor regeldruk  
Dit besluit heeft geen gevolgen voor de regeldruk voor de burger of het 
bedrijfsleven, en heeft ook verder geen bedrijfseffecten.2 
Regulier Overleg Warenwet  
Het ontwerp van dit besluit is voorgelegd aan de deelnemers van het 
Regulier Overleg Warenwet (ROW)3. Naar aanleiding van deze consultatie 
is artikel 3, tweede lid, van het ontwerpbesluit en de toelichting op artikel 
3 aangepast. Het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmid-
delen (verder: aCBG) heeft erop gewezen dat in artikel 3, tweede lid, de 
Commissie Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen was 
opgenomen. Deze Commissie wordt echter per 1 januari 2018 opgeheven, 
aangezien de veiligheidsbeoordeling onder verordening (EU) 2015/2283 
1 Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 
betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PbEG 1997, L 43).
2 Vastgesteld door het Adviescollege Toetsing Regeldruk.
3 Aan het ROW nemen vertegenwoordigers deel van ondernemers (industrie en handel), van 
consumenten, van ministeries (met name van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en van 
Economische Zaken), en van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Staatsblad 2017  434
4

plaatsvindt op Europees niveau. In de toelichting bij artikel 3, tweede lid, 
van het ontwerpbesluit is de adviestaak van het aCBG opgenomen. 
Een vraag vanuit het Ministerie van Economische Zaken heeft niet 
geleid tot aanpassing van het ontwerpbesluit. 
Handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid  
Het ontwerp van dit besluit is door de NVWA beoordeeld op de 
handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid. De NVWA 
acht het ontwerpbesluit uitvoerbaar en fraudebestendig. 
Daarnaast doet de NVWA aanbevelingen ten aanzien het vergroten van 
de handhaafbaarheid van verordening (EU) 2015/2283. Deze aanbeve-
lingen liggen buiten het directe bereik van het ontwerpbesluit en ze zijn 
niet van dien aard, dat ze de doorgang van het ontwerpbesluit in de weg 
staan. 
Artikelsgewijs  
Artikel 1  
Artikel 1 van het Warenwetbesluit bevat begripsbepalingen van 
verordeningen waaraan het besluit uitvoering geeft. Verordening (EG) 
258/97 wordt ingetrokken door verordening (EU) 2015/2283. Een begrips-
bepaling van verordening (EU) 2015/2283 is dus vereist. De overige 
begripsbepalingen uit het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen 
blijven ongewijzigd en worden overgenomen in dit besluit. 
Artikel 2  
Artikel 2 van het Warenwetbesluit zorgt ervoor dat daarvoor in 
aanmerking komende voorschriften uit de verordeningen worden 
aangewezen als verboden, zodat overtreding daarvan bestraft kan 
worden. Het eerste lid van artikel 2 van het Warenwetbesluit Nieuwe 
voedingsmiddelen verwees naar de ingetrokken verordening (EG) 258/97, 
waardoor dit lid niet wordt overgenomen in het besluit. In het eerste lid 
van artikel 2 van dit besluit wordt het handelen in strijd met bepaalde 
voorschriften uit verordening (EU) 2015/2283 aangewezen als verboden. 
Artikel 6, tweede lid, van verordening (EU) 2015/2283 stelt vast dat alleen 
nieuwe voedingsmiddelen die in de Unielijst zijn opgenomen, als zodanig 
in de Unie in de handel mogen worden gebracht. Dit artikel verbiedt dus 
een nieuw voedingsmiddel in de Unie in de handel te brengen wanneer 
het niet is opgenomen in de Unielijst. Hiernaast verplicht artikel 25 van 
verordening (EU) 2015/2283 exploitanten van levensmiddelenbedrijven 
die een nieuw voedingsmiddel in de handel hebben gebracht, de 
Europese Commissie onmiddellijk op de hoogte te stellen van de in het 
artikel genoemde informatie. Volgens artikel 29 van verordening (EU) 
2015/2283 moeten lidstaten voorschriften vaststellen voor de sancties die 
van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van de verordening. 
Op het overtreden van de artikelen 6, tweede lid, en 25 van verordening 
(EU) 2015/2283 moet dus een sanctie worden gesteld: de bestuurlijke 
boete. Om deze sanctie op te kunnen leggen, moet het verbod uit de 
verordening in nationale wetgeving vastgelegd zijn. Het Warenwetbesluit 
bestuurlijke boeten stelt in de bijlage onder C-18 vast wat de hoogte is van 
de bestuurlijke boete.4 Door in artikel 2, eerste lid, van dit besluit vast te 
stellen dat handelen in strijd met de artikelen 6, tweede lid, en 25 van 
verordening (EU) 2015/2283 verboden is, worden dit beboetbare feiten. De 
leden twee tot en met vier van artikel 2 van het Warenwetbesluit Nieuwe 
4 Hierbij wordt rekening gehouden met een nog in voorbereiding zijnde wijziging van de bijlage 
van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.
Staatsblad 2017  434
5

voedingsmiddelen blijven van toepassing en worden derhalve overge-
nomen in dit besluit. 
Artikel 3  
Artikel 3, eerste lid, van het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen 
stelde vast bij welke nationale instantie een aanvrager een verzoek als 
bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) 258/97 kon instellen. 
Nu deze verordening komt te vervallen en het Warenwetbesluit Nieuwe 
voedingsmiddelen wordt ingetrokken, komt hiervoor in de plaats een 
bepaling die betrekking heeft op verordening (EU) 2015/2283. Artikel 4, 
tweede lid, van verordening (EU) 2015/2283 bepaalt dat exploitanten van 
levensmiddelenbedrijven, wanneer zij twijfelen of een levensmiddel dat zij 
in de handel willen brengen binnen het toepassingsgebied van de 
verordening valt, de lidstaat waarin zij het nieuwe levensmiddel voor het 
eerst in de handel willen brengen, kunnen raadplegen. De lidstaat moet 
een besluit nemen over of het product al dan niet onder de reikwijdte van 
verordening (EU) 2015/2283 valt. Daarom wordt in artikel 3, eerste lid, van 
het Warenwetbesluit vastgelegd dat de exploitant Onze Minister kan 
raadplegen. De procedurele stappen die de lidstaat moet doorlopen op 
grond waarvan de lidstaat bepaalt of het nieuwe levensmiddel al dan niet 
onder de verordening valt, zullen nader worden vastgesteld door de 
Europese Commissie door middel van uitvoeringshandelingen. Verwijzing 
naar deze procedurele stappen is daarom tevens vastgelegd in het eerste 
lid van artikel 3 van het Warenwetbesluit. Daarnaast kan het noodzakelijk 
zijn nadere regels te stellen op nationaal niveau omtrent de raadpleging-
procedure. Daarom wordt in het vierde lid opgenomen dat Onze Minister 
nadere regels kan stellen indien dit noodzakelijk is ingevolge de veror-
dening (EU) 2015/2283. 
Het besluit van de Minister of een levensmiddel al dan niet onder de 
verordening valt, wordt genomen nadat experts van het agentschap 
College ter Beoordeling van Geneesmiddelen om advies is gevraagd. 
Daarnaast wordt bij het nemen van de besluiten en het inrichten van de 
raadplegingsprocedure gebruik gemaakt van de expertise en deskun-
digheid van de NVWA. 
Het tweede en derde lid van artikel 3 van het Warenwetbesluit Nieuwe 
voedingmiddelen hadden betrekking op het (oude) eerste lid. Nu dit 
(oude) eerste lid niet wordt overgenomen, geldt dat tevens voor het 
tweede en derde lid van het Warenwetbesluit Nieuwe voedingmiddelen. 
Het vierde lid van artikel 3 van het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmid-
delen wordt wel overgenomen, en ligt nu besloten in het (nieuwe) derde 
lid. 
Artikel 4  
Artikel 3a, derde lid, onderdeel b, van het Warenwetbesluit Nieuwe 
voedingsmiddelen bevatte een verwijzing naar voedingsmiddelen en 
voedselingrediënten met een nieuwe of doelbewust gemodificeerde 
primaire molecuulstructuur, zoals omschreven in verordening (EG) 258/97. 
Nu deze verordening wordt ingetrokken en een verwijzing naar veror-
dening (EU) 2015/2283 niet noodzakelijk is, wordt dit onderdeel niet 
overgenomen. 
De overige leden blijven ongewijzigd en zijn derhalve overgenomen uit 
het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen. 
Artikel 5  
Rubriek D-57 in de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten 
wordt op een aantal onderdelen gewijzigd. Zo worden er enkele aanpas-
singen gedaan in de rubriek «Omschrijving van de overtreding» om de 
Staatsblad 2017  434
6

nieuwe citeertitel van dit Warenwetbesluit door te voeren en om de 
verwijzing naar de artikelleden kloppend te maken. De boetebedragen 
worden niet gewijzigd. 
Artikel 6  
Het eerste lid trekt het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen in. 
Omdat het grootste deel van het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmid-
delen gewijzigd zou moeten worden ter uitvoering van verordening (EU) 
2015/2283, is gekozen voor het vaststellen van een besluit (met nieuwe 
citeertitel) en intrekking van het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmid-
delen. 
Het tweede lid van artikel 6 trekt het Warenwetbesluit retributies 
levensmiddelen in. De wet van 20 mei 2015 tot wijziging van de Warenwet 
in verband met het verhogen van het maximum bedrag van de bestuur-
lijke boete en enkele andere wijzigingen waaronder regels inzake het 
aanprijzen van een tatoeage of piercing en wijziging van de Warenwet 
BES in verband met het eenduidig regelen van de bevoegdheden van de 
toezichthouders en de eilandbesturen (Stb. 2015, 235) voegt twee nieuwe 
artikelen toe aan de Warenwet, namelijk artikel 13b en 33. Artikel 13b 
bevat de grondslagen voor het doorberekenen van de toelatingskosten die 
samenhangen met bindende EU-rechtshandelingen en in artikel 33 zijn de 
grondslagen voor het doorberekenen van de toelatingskosten op basis 
van nationale wetgeving opgenomen. De artikelen 13b en 33 van de 
Warenwet zijn opgesteld conform de in de Aanwijzingen voor de 
regelgeving opgenomen modelbepaling (Ar 163a), voor het doorbere-
kenen van de kosten voor toelating. Hierdoor kunnen bij ministeriële 
regeling tarieven worden geheven. Het Warenwetbesluit retributies 
levensmiddelen en de Warenwetregeling vaststelling van tarieven voor 
retributies levensmiddelen 2008 worden samengevoegd tot één ministe-
riële regeling. Het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen wordt om 
die reden ingetrokken. 
Artikel 7  
Gekozen is voor een inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2018, 
omdat per die datum verordening (EU) 2015/2283 in werking treedt. 
Artikel 6, tweede lid, treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, 
onderdeel D, van de wet van 20 mei 2015 tot wijziging van de Warenwet in 
verband met het verhogen van het maximum bedrag van de bestuurlijke 
boete en enkele andere wijzigingen waaronder regels inzake het 
aanprijzen van het aanbrengen van een tatoeage of piercing en wijziging 
van de Warenwet BES in verband met het eenduidig regelen van de 
bevoegdheden van de toezichthouders en de eilandbesturen (Stb. 2015, 
235) in werking treedt. Op dat moment vervalt ook de wettelijke grondslag 
voor het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen, omdat dit op het 
huidige artikel 13 van de Warenwet is gebaseerd. 
Artikel 8  
De citeertitel van het besluit komt te luiden: Warenwetbesluit nieuwe 
voedingsmiddelen en genetisch gemodificeerde levensmiddelen. Het 
Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen dekt niet de inhoud van het 
besluit; het besluit bevat namelijk niet alleen regels met betrekking tot 
nieuwe voedingsmiddelen, maar ook regels met betrekking tot genetisch 
gemodificeerde levensmiddelen. 
Staatsblad 2017  434
7

Transponeringstabel  
Bepalingen van verordening (EU) 2015/2283
Uitwerking in nationale wetgeving (Waren-
wetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen en 
genetisch gemodificeerde levensmiddelen)

Artikelen 1, 2, 3 en 4, eerste lid
Behoeft geen uitvoering.
Artikel 4, tweede lid
Artikel 3, eerste lid.
Artikelen 4, derde en vierde lid, 5 en 6, eerste 
Behoeft geen uitvoering.
lid
Artikel 6, tweede lid
Artikel 2, eerste lid.
Artikelen 7 t/m 24
Behoeft geen uitvoering.
Artikel 25
Artikel 2, eerste lid.
Artikelen 26 t/m 36
Behoeft geen uitvoering.
 
De Minister voor Medische Zorg,
B.J. Bruins
Staatsblad 2017  434
8